Dag lieve Tommie!

Misschien moeten de mensen die zich niet voor kunnen stellen hoeveel je van je huisdier kunt houden, dit maar even overslaan. Of misschien moeten ze het juist wél lezen, want misschien, héél misschien, komt er een beetje meer begrip voor het verdriet dat volgt na het verlies van je allerbeste maatje. Niet dat ik daarover heb te klagen trouwens, want wát een lieve mensen heb ik om me heen….

Bijna 12 jaar was je bij ons, dag in dag uit, vanaf het eerste moment dat je samen met je zusje als twee pluizige bolletjes dapper ons leven binnenstapte. Ik had nog nooit huisdieren gehad, ook in mijn jeugd niet, maar ik was vanaf het eerste moment he-le-maal verliefd op jullie. Wat een plezier was het altijd om jullie samen te zien spelen, de gekste toeren haalden jullie uit. Altijd samen slapen, pootjes om elkaar heen, elkaar wassen, zo lief! Waar de meeste katten niet van regen houden, stapten jullie allebei doodleuk de regen in om uren later weer zeiknat thuis te komen. Wij stonden toch wel klaar met ons handdoekje en jullie werden met alle liefde weer droog gewreven….

Na een aantal jaren dikke vriendjes was opeens de liefde voor elkaar over. Allebei kozen jullie je eigen pad: Nikkie de avonturierster, altijd op weg, naar overal en nergens, en jij, Tommie, werd onze ‘huiskat’. Wel regelmatig buiten, maar ’t liefst dichtbij huis, en dichtbij ons.

Wat een verdriet toen je zusje na een dagenlang avontuur op weg terug naar huis werd aangereden en het niet overleefde. Ik was zo intens verdrietig dat ik niet naar m’n werk kon, ik was er letterlijk ziek van. Onze prachtige enthousiaste Nikkie, die je vaak al van een kilometer afstand miauwend aan hoorde komen was er opeens niet meer…wat heb ik gehuild…gelukkig was jij er nog, de enige die me nog wat kon troosten.

Volgens mij vond jij het niet zo erg dat je zusje er niet meer was, want nu was jij de enige in ons leven en werd je gepromoveerd van prins tot koning…stiekem beviel jou dat wel…! Overladen met liefde en aandacht, verwend tot op ’t bot…wij gingen gerust ergens anders zitten als jij de stoel (of soms de hele bank als je lekker uitgestrekt lag..) bezet hield. Ons motto was ‘alles voor ons poessie’.

Je was een bijzondere kat, geen echte schootkat, maar altijd naast of bij ons in de buurt. Elke ochtend stond je als een hondje voor de deur als we van de trap kwamen en begroette ons met ‘PRRRRR?’, als in ‘goedemorgen, zijn jullie er eindelijk weer?’ en/of ‘kom maar op met die snoepjes, ik ben d’r klaar voor!’.

Als je er ’s ochtends eens niet was, liepen we meteen bezorgd naar het luikje, daar stond op geregistreerd wanneer en of je al binnen was geweest…

Als we na ons werk weer thuiskwamen rende je opnieuw naar de deur, misschien was het je weer om de snoepjes te doen hoor, maar ik geloof heel graag dat je gewoon blij was om ons weer te zien.

Twee maanden geleden leek het alsof je wat was afgevallen, je was anders dan anders en altijd binnen. Omdat we je zo goed kenden, merkten we dat je niet meer de oude Tommie was. Toen je ook nog minder ging eten en af en toe moest braken, wat je nooit deed, gingen we met je naar de dierenarts. Op ’t eerste gezicht leek er niet zoveel aan de hand. Bloedonderzoek en urineonderzoek volgde, er waren vermoedens van een nierbekkenontsteking. Dus, meneer aan de antibiotica. Van pilletjes moest je niets hebben en dat het volgens de verpakking ‘smakelijke pilletjes’ waren, daar had jij geen boodschap aan. Geduldig vermaalde ik de pilletjes tot poeder en deed deze door het lekkerste vlees dat je kende. De dagen verstreken en de zorgen werden groter, want ze leken niet te werken. Je at niet veel meer en je vacht zag er nog slechter uit. Weer naar de dierenarts, wat was er toch met je? Ze vond je er niet goed uit zien en dacht dat een Prednison prik wel verbetering zou brengen. Binnen 72 uur moest er zeker flink resultaat zijn. Maar ook dit zorgde niet voor verbetering. Integendeel….we zagen dat je slechter werd, duidelijker pijn had, niet meer lekker in een kronkel kon liggen, niet meer gek kon doen of mij meppen als je genoeg had van het geaai en gekroel. Je zakte wat door je achterpootjes, en wist soms niet meer hoe je moest zitten van de pijn. Je vacht werd vettiger, ik voelde je ruggengraatje, je was een schim van de flinke
semi-stoere kater die je was en die je hoorde te zijn.. We bleven nog even vol goede moed en maakten een afspraak met een diereninternist waarvoor je naar Zwolle moest, we wilden je nog niet kwijt… Toen het dat weekend voordat we zouden gaan zo slecht met je ging besefte ik me dat we je dit niet meer aan mochten doen….je schrok al van blaadjes die om je koppie waaiden, je hield niet van gedoe aan je lijfje, of van vreemde mensen, van teveel lawaai…niks voor jou!

Het enige wat we konden doen was jou laten gaan, puur uit liefde voor jou, als het aan ons had gelegen was je lekker nog bij ons gebleven, maar jij kon niet meer…. Je was op… Wat een vreselijke dag: ik zette je in de draagtas, op je eigen dekentje die ik daarin had gelegd, en we reden met een steen in de maag naar de dierenarts. En wat was je dapper….

Onze mooie, lieve, gekke, grote vriend, is op z’n eigen dekentje in slaap gevallen en we zijn bij ‘m gebleven tot z’n hartje stopte. Daar lag ie dan, helemaal uitgestrekt op z’n zachte kleedje, eindelijk weer ontspannen….

En dan sluit je de deur van de spreekkamer, met een lege tas in je hand. Je vriendje achterlatend….wat een tranendal, wat een oorverdovende stilte in huis. Geen ‘PRRRRR?’ meer elke ochtend, geen trippelende nageltjes op ’t laminaat, geen gesnurk of gespin op de achtergrond. Alles draaide om jou, jij was de ziel van ons huis….het is zó stil zonder jou….

Natuurlijk komt het weer goed, het verdriet wordt verwerkt, maar man o man, wat mis ik jou…..We zijn zo dankbaar voor jouw aanwezigheid al die jaren….

Denk je ook nog es aan ons als je ergens daarboven achter de vogeltjes aan zit?

Dag lieve mooie Tommie, grote vriend van ons!

Share: